Close

De geboorte van Benjamin: mijn bevallingsverhaal

Toen ik zwanger was vond ik het best fijn om de bevallingsverhalen van andere mama’s te lezen. Aan de ene kant omdat je bij een eerste keer gewoon niet weet wat je staat te wachten (dat het niet gaat zoals in de film wist ik, maar hoe dan wel?) en aan de andere kant om jezelf min of meer te overtuigen dat als al deze vrouwen het hebben overleefd het jou ook wel gaat lukken. Spoiler alert: het is gelukt.

Ik keek er bij Benjamin niet heel erg tegenop. Soms was er een momentje in de categorie ‘ik zit in een achtbaan en ik kan er niet meer uit’ maar over het algemeen was het uitkijken naar je eigen kindje sterker dan de angst voor de bevalling die er eerst voor nodig is.

Ik wilde graag thuis bevallen en met zo min mogelijk ingrijpen. Ik hou niet van het ziekenhuis en nog minder van prikken en naalden, dus voor ik zou vragen om een ruggeprik moest ik wel héél ver heen zijn. Mijn bevriende buurvrouw was bijna afgestudeerd als verloskundige en in overleg met mijn praktijk (haar oude stage adres) mocht zij onder hun verantwoordelijkheid de bevalling doen.

Ik was op 14 februari uitgerekend en wilde koste wat kost niet bevallen op Valentijnsdag. Vond ik gewoon niet leuk. De week ervoor rommelde het soms maar niets wees erop dat de bevalling echt aanstaande was, behalve dan het feit dat ik er he-le-maal klaar mee was. Volgens mij heb ik in die laatste twee weken elk glas water dat ik dronk gewoon niet meer uitgeplast, zo bol van het vastgehouden vocht was ik.

In de nacht van 14 op 15 februari begon er wat licht gerommel in mijn buik. Tegen drie uur wist ik: this is it. Een verstandig mens denkt bij lichte weeën ‘laat ik nog proberen wat te slapen’ maar nee, ik was zo opgewonden dat ik meteen beneden ben gaan zitten in de stoel met een timer er bij. De wee voelde als een soort band die vanuit mijn rug richting mijn navel werd aangetrokken, en dan weer los liet. Dat duurde dan ongeveer een minuut met steeds vijf minuten er tussen. Niet pijnlijk, dus nog niet ‘het echte werk’.

Tegen de ochtend werd het steeds sterker tot het weeën waren die ik geconcentreerd weg moest puffen, met drie minuten er tussen. Ik geloof dat de bevriende VK om half acht een keer kwam checken en toen had ik twee centimeter ontsluiting, nog niet echt iets om over naar huis te schrijven. Een uurtje later kwam de officiele VK even langs. Die heeft de vliezen gebroken en toen begon het feest echt. Hoera.

Vanaf dat moment, zo rond negen uur denk ik, mocht Boaz niet meer bij me weg. Ik vond het steeds moeilijker om mijn ademhaling te reguleren, maar gelukkig hielp de VK daar heel goed bij. Elke keer als ik me dreigde te verliezen in de lijn kon zij me terug de focus intrekken. Naarmate het zwaarder werd kreeg ze het zelfs voor elkaar me tussen de weeën door in een slaap van een minuut te krijgen. Hoe ze het deed is me nog steeds een raadsel.

Ik heb de weeën op veel verschillende manieren opgevangen. Eerst liggend op m’n rug en op m’n zij in bed, daarna staand en leunend tegen Boaz, maar ook zittend onder de douche met de hete straal op mijn rug. Ik vorderde volgens het boekje, met elk uur een centimeter, en de kraamzorg werd gebeld om alvast te helpen voorbereiden. Om een uur of drie (denk ik) zei de officiele VK dat ik om zes uur mijn kindje wel in de armen zou hebben. Dat geeft de burger moed!

Ik vond het ook wel tijd worden want het was nu al wel lang zwaar en ik begon redelijk uitgeput te raken. Maar om zes uur was er nog geen kindje. En om zeven uur ook niet. Mijn ontsluiting stagneerde op 7 of 8 centimeter, en dat was al twee of drie uur lang zo. Blijkbaar zat het hoofdje een beetje vreemd en dat gaf niet genoeg druk. Ik zag aan het gezicht van de VK dat er iets niet helemaal goed ging, bij de andere controles waren ze heel aanmoedigend en optimistisch geweest. Ik zag dat er overleg werd gepleegd met Boaz en daarna werd me verteld dat we naar het ziekenhuis zouden gaan. Boaz was een beetje bezorgd omdat hij wist dat ik dat echt niet wilde, maar volgens hem reageerde ik opvallend kalm en stelde ik hém gerust dat het goed zou komen. Zo ben ik, hè, de rust zelve…

Puntje was alleen dat ik zó erg niet naar het ziekenhuis wilde dat ik niet eens een tas had ingepakt. Compleet overtuigd dat het dus ook niet zou gebeuren. Boaz gooide in lichte paniek van alles in een tas en de kraamzorgster pakte alle spullen voor de thuisbevalling weer in, en ik kreeg veertien lagen sweatshirts en joggingbroeken aan want het vroor die dag.

Ik kan je vertellen dat het best een uitdaging is om met zware weeën drie trappen af en de auto in te moeten, but I managed. Gewoon zachtjes over de drempels.

Het was een uur of half acht toen we in het ziekenhuis arriveerden.

Op de afdeling werd ik in een bevalkamer op een bed gehesen en half uitgekleed (veertien lagen, hè) waarna ik aan allerlei snoeren werd gelegd. Dat was mijn rampscenario. Door snoeren en infusen nergens heen kunnen. Ik kreeg de opdracht om een half uur lang op mijn handen en knieën te hangen over het hoofdeind dat omhoog was gezet om druk te zetten op de baarmoedermond in de hoop de ontsluiting te vorderen.

Dat was het ergste half uur van mijn leven. Veel erger dan het persen daarna.

Ik was al uitgeput en door gewrichtsproblemen eigenlijk niet in staat mijn eigen gewicht te dragen. Ik viel steeds weg, huilde, was misselijk. Elke wee wilde ik opgeven. Heel eerlijk? Ik dacht niet dat ik dat half uur ging overleven. Achteraf natuurlijk wel, maar niet op dat moment. Het duurde een eeuwigheid.

Eindelijk mocht ik weer liggen. Ik moest een infuus omdat ik koorts had gekregen (niet gek) en ik vroeg de zuster om alstublieft héél even te wachten tot ik mijn ademhaling weer onder controle had, want ik was bang voor naalden. Maar nee, ‘je moet er gewoon doorheen, meissie’. Ze prikte pas bij de derde keer raak.

Intussen had ik nog steeds geen idee of ik al volledige ontsluiting had. Ik dacht echt dat ik pas de volgende ochtend zou bevallen, want zolang niemand iets zei zou het vast nog niet opgeschoten zijn.

De gynaecoloog was er ook bij gekomen en discussieerde met mijn officiele VK (mijn vriendin was nu alleen nog mijn bevallingscoach), blijkbaar waren ze het ergens niet over eens maar ik had geen idee waarover. Ik was bang dat het een spoed keizersnee zou worden dus vroeg ik dat in de hoop direct te horen ‘ach welnee’ maar in plaats daarvan zeiden ze ‘dat weten we nog niet’. Dat weten we nog niet?! Op welk moment is dat uberhaupt een optie geworden?! Niemand vertelde me iets.

Uiteindelijk nam de gynaecoloog, type oude stempel, het definitief over van de verloskundige. Ik moest van haar maar eens proberen te persen. Had ik al tien centimeter dan? (Blijkbaar wel, al sinds ik klaar was met half uur from hell.) Ik perste als een atleet, fantastisch, jij sport vast dagelijks (nee?), dit gaat heel goed, oh nee, toch niet, hij kan de hoek niet maken.

Zo fijn, dit soort aanmoedigingen aan je bevalbed. Intussen bespraken de verpleegkundigen hun nieuwe pensioenregeling en at Boaz een broodje kroket (en morste op de papieren).

En ik maar persen als een atleet.

De gynaecoloog was er van overtuigd dat ik de kracht had om dit klusje op natuurlijke wijze te klaren dus ik ging ervoor. Met de eerste perswee riep ik, half serieus, of ‘ie er al was. Na anderhalf uur persen zagen ze het hoofdje van Benjamin wel maar hij kwam letterlijk de hoek niet om. Hij floepte steeds weer terug. De gyn had er blijkbaar genoeg van en zei ‘we gaan een handje helpen’ en ik dacht alleen maar ‘hoe dan? wat betekent dat?’ tot ik een soort metalen zuignap zag en wel begreep wat dat martelwerktuig moest doen.

Er moest ook worden geknipt. Ik voelde dat ik werd verdoofd, weer die verrekte naald, maar die knip was op dat moment niet het ergste. Het ergste was dat niemand Boaz had verteld wat er ging gebeuren. Ik zag het bloed in zijn gezicht wegtrekken. Scarred for life. Wij allebei, ha!

Alles ging toen heel snel. Ik moest nog wat meepersen, er werd geroepen ‘doe je ogen nou open, je moet het wel zien!’, en om 21:22 voelde ik een warm hertje flubberdeflup geboren worden. Dat is eerlijk waar echt hoe het voelt.

Daar lag hij dan, amper twee uur na aankomst in het ziekenhuis. Ik kon zijn gezichtje niet zien maar zag wel het keppeltje op zijn hoofd van de vacuümpomp. Zo sneu. Toen ze hem naar me omdraaiden keek ik naar een rood, dik, verfrommeld mannetje met grote ogen. Nog steeds herken ik Benjamin daar niet in, pas een paar uur later zie ik de baby zoals we hem kennen. Niet gek als je zo lang in de file stond in de tunnel, zeg maar.

Binnen een uur na zijn geboorte lag ik alleen met hem in die bevalkamer. Boaz moest nog parkeren, de verloskundigen waren vertrokken en de zusters waren ook verdwenen. En ik lag daar met mijn baby. Verdwaasd en eigenlijk gewoon in shock van wat er gebeurd was.

Mijn bevalling was tot het moment van vertrek naar het ziekenhuis een bevalling volgens het boekje, en precies zoals ik het wilde. Niets traumatisch aan. Maar die uren in het ziekenhuis waren hels. Zo chaotisch en zo’n groot gebrek aan communicatie met mij. Mijn vriendin probeerde nog over te brengen wat er werd overlegd maar zelfs zij begreep er niks van. Ik wist niet waar ik aan toe was en dat maakte me bang.

Aan de andere kant ben ik ook dankbaar, want we zijn er goed en gezond uit gekomen (Benjamin letterlijk). Maar de impact is heel groot geweest, zelfs zo dat ik de gevolgen nog merkte tijdens de bevalling van Reeva. Behalve dat ik niet zo naief had moeten zijn en gewoon een tas had moeten inpakken, weet ik niet wat ik anders had kunnen doen om het beter te laten verlopen. Dit was overmacht en in een noodsituatie luister je naar iemand met autoriteit. Het kwam niet in me op om de gynaecoloog te wijzen op haar plicht met mij te overleggen of uberhaupt te communiceren.

Ik wil toch eindigen met iets positiefs aan dit verhaal: ik was en ben ongelofelijk trots op mezelf. Ik vond mezelf zó stoer en knap en krachtig, dat ik zoiets kon, achttien uur lang zonder pijnbestrijding. Boaz heeft me wekenlang gezegd hoeveel bewondering hij voor me had. Hij schepte er over op tegen elk kraambezoek en ik heb me mede daardoor ontzettend geliefd gevoeld.

Ja, een bevalling is iets ongrijpbaars, iets waar je nerveus voor kunt zijn, iets wat de potentie heeft om mooi en pijnlijk te zijn. Maar ik weet wel dat de scherpe randjes er af gaan. En dat het me uiteindelijk er niet van heeft weerhouden het nog een keer te doen.

Ik vond en vind het nog steeds de grootste prestatie uit mijn carrière.

 

De geboorte van Benjamin: mijn bevallingsverhaal // Benjiandbirdie.com

8 thoughts on “De geboorte van Benjamin: mijn bevallingsverhaal

  1. Jeetje wat een intens verhaal. Ik ben dól op bevallingsverhalen en sinds ik er zelf twee meemaakte kan ik me zo goed inleven. Terecht dat je dit als een hoogtepunt bestempelt, met recht een prestatie om heel je leven lang trots op te zijn!

  2. Toch maar dit verhaal gaan lezen, omdat ik op Instagram las dat bevalling 2 minder heftig was (die moet ik nog lezen), dus dan toch wel even benieuwd hoe bevalling 1 was. Beetje met dichtgeknepen oogjes om ze snel dicht te doen als het tóch te heftig was om te lezen, but I handled. Je hebt het heel mooi opgeschreven! Thanks for sharing. Wat heftig dat ze op een aantal gebieden zo over je grenzen heen zijn gegaan. Ik ben zelf in augustus bevallen van (wat ik inmiddels weet) het mooiste leukste kind, en heb ook zo’n bevalling from hell gehad vanaf het moment dat ik overgedragen werd aan het ziekenhuis. Uiteindelijk na 24 uur (met pijnbestrijding – ik wilde ook zo natuurlijk en hands-off en hypnobirthing mogelijk, maar toen het ziekenhuis werd, dacht ik: ‘dan ook maar zo’n pompje’, doet niet af aan hoe trots ik ben op de ‘prestatie’ overigens!) en 1,5 uur persen en een giga scheur bevallen van een groot glibberig (en ja… best lelijk, niet hoe ik ‘t me had voorgesteld) kind. Je verhaal is op een heleboel vlakken herkenbaar, ik had ook geen idee hoe ik ervoor stond en bleef maar horen over die hoek die hij niet om kwam. Worst night of my life, hoe erg ik dat ook vind om te zeggen tegenover m’n zoon. En die bevallingsfoto’s en kraamweekfoto’s.. I feel ya. Benieuwd hoe je uiteindelijk de scherpe randjes eraf hebt gekregen voor jezelf en zelfs een tweede ‘durfde’. Ik overweeg EMDR.
    Zo. En dan ga ik nu gauw lezen over hoe bevalling 2 was, dat geeft de burger moed.

    1. Wat goed dat je de moed had om het toch te lezen ;-). Volgens mij hebben we wel veel overeenkomsten in onze ervaring… Ik heb er eigenlijk niets actiefs mee gedaan qua verwerking, de tijd heelt. Het eerste jaar wilde ik niet denken aan een volgende, niet alleen maar vanwege de bevalling hoor, ook gewoon omdat B. alle ruimte in mijn hoofd innam in positieve zin :-), maar de tijd zorgt er wel voor dat die scherpe randjes er af gaan. Maar als je merkt dat het je echt in de weg zit dan zou ik er zeker werk van maken! Het zou jammer zijn als dat ‘schade’ achter laat, zeg maar…

  3. Tsjonge, Judith. Wat een herkenbare dingen in je verhaal. Mijn eerste bevalling was achteraf ook echt wel traumatisch. 20 uur, uitputting, rugweeen, tóch naar het ZH (waar ik ook een hekel aan heb), monitoren, slangetjes, knip, vacuüm … een ware uitputtingsslag vond ik. Voelde alsof ik een marathon had gelopen (denk ik). En vervolgens lag Seth in de couveuse na middernacht, moest Bart naar huis van het ziekenhuis (!) en werd ik een zaal ingereden waar andere vrouwen lagen te slapen en was het: welterusten mevrouw De Kloe
    En toch… zoals je zegt: de tijd doet wat met je, je vergeet het toch enigszins. En je vat moed, dat het niet altijd zo hoeft te gaan. Mijn tweede bevalling was prima en derde helemaal prima. Ik werd er beter in
    Eerste duurde 20 uur, tweede 10 uur en derde 5 uur. Heb nog lang gedacht: voor een vierde draai ik mn hand echt niet om. Dat is ‘m niet meer geworden, maar gelukkig heeft dat eerste trauma me niet weerhouden om er nog voor te gaan. Had ze voor geen goud willen missen

    1. Die geboorte van Seth klinkt bijna alsof het dertig jaar geleden was, joh! Dat kan toch niet, jou in een andere zaal neerleggen! Toen mijn moeder beviel van mijn oudere broer (30 jaar geleden dus) moest ze een keizersnede en de ruggenprik werkte niet terwijl ze al met de messen klaar stonden om te snijden en m’n moeder riep ‘wacht, ik voel m’n benen nog! niet snijden!’ en daarna maar helemaal onder narcose (niet voor te stellen toch?). Toen m’n broer geboren was kreeg mijn vader hem in z’n armen in een HANDDOEK en werd de gang op gestuurd MET m’n pasgeboren broer om te wachten tot m’n moeder wakker zou worden. Middeleeuwse taferelen! Gelukkig dat jouw bevallingen elke keer een stukje beter gingen…

Leave a Reply

Your email address will not be published.

%d bloggers liken dit: