Close

Onze roadtrip door Engeland en Schotland; met complete itinerary

Deze post is long overdue, want het is al bijna een jaar geleden dat we deze reis naar Engeland en Schotland maakten. Het was voor ons de eerste keer kamperen met een kind er bij (daar schreef ik al eerder een post over) en dat was best spannend. Wat bleek: het is niet moeilijk. En heerlijk. Voor ons absoluut voor herhaling vatbaar, sterker nog: volgens mij gaan we binnenkort zelf een tent kopen. De wonderen zijn de wereld zéker nog niet uit. 

De overtocht
We namen de boot in Duinkerke (Frankrijk) naar Dover omdat het daar minder druk is dan in Calais. Wij vertrokken maandagnacht, en namen de afvaart van 8.00 uur ’s ochtends. Ik vind de boot van 8.00 uur perfect – je omzeilt daarmee de files rond Antwerpen en Gent en arriveert in Engeland wanneer daar de spits ook is afgelopen.

We boekten bij DFDS, puur omdat we vroeger ook altijd met DFDS gingen. De overtocht kost afhankelijk van het tijdstip een paar tientjes en duurt zo’n twee uur. (Dat is precies niet te lang.) Er is een speelhoek voor kids waar Benjamin zich uitstekend vermaakte, terwijl wij over een tafel heen hingen en omstebeurt sliepen. ’s Nachts rijden is ook niet alles :-D. Laatst namen we dezelfde boot, maar nu buiten het seizoen in april. Een wéreld van verschil, want veel rustiger.

De terugweg hebben we de ‘mini-cruise’ gepakt vanaf Newcastle. Die afvaart vertrekt om 15.00 uur en arriveert in IJmuiden om 10.00 uur de volgende ochtend. Boaz heeft de niet zo stiekeme wens ooit op een cruise te gaan, maar deze overtocht is hoever ik bereid ben te gaan. (Heb al meerdere keren gezegd dat ‘ie maar een andere vrijwilliger moet zoeken.) Zo’n overtocht kost ongeveer 350 euro inclusief auto en hut, maar zonder maaltijden. Eten op die schepen is altijd vreselijk duur, dus namen we zelf voldoende eten mee (kniepers die we zijn). Een biertje kost serieus 7,50 of zo.

De voorbereidingen
We leenden een tent van de ouders van Boaz (één die net groot genoeg was voor een tweepersoons luchtbed en een campingbedje + wat loopruimte) en mochten de dakkoffer gebruiken van mijn neef. Ik ben ’s werelds meest neurotische planner, dus maanden van te voren had ik al een complete inpaklijst klaar staan in Excel.

Ik kocht bij Ikea vier doorzichtige kratten met deksel. Eén voor boodschappen, één voor kookgerei, één voor handdoeken en ander textiel, en één voor huishoudelijke spullen (afwasmiddel, haringen, een hamer, stoffer en blik etc.). Ik had in de auto al opgemeten op welke manier de kratten er in zouden passen en heb de maten daarop gebaseerd. Door het per krat in te delen bleef alles goed vindbaar en was het veel makkelijker om in te pakken, aangezien we overal maar twee of drie nachten bleven.

Mijn krattenplan pakte zeer goed uit, I must say. We waren ook echt zó klaar met in- en uitpakken! Wat ik ook best chill vond aan een kort verblijf op de camping: de tent bleef nooit lang rommelig, want zodra het vies begon te worden vertrokken we weer en hadden we die avond weer een opgeruimde tent.

Verder had ik van te voren onze benodigdheden tot in detail uitgedacht zodat ik zeker wist dat we alleen het hoognodige bij ons hadden. Ik heb bijna niets meegenomen dat niet is gebruikt. Grappig detail: we hebben onze wisselstekker en verlengsnoer niet gebruikt. Onze camera, telefoons en de iPad waren de enige elektrische apparaten die we meenamen, en die konden we allemaal in de auto opladen. Het luchtbed werd opgepompt met een elektrische pomp die je kon aansluiten in de auto, dus al met al hadden we helemaal geen elektra nodig! Met de beperkte ruimte van een auto moet je slim zijn…

Er waren een paar dingen waar ik niet op wilde inleveren. Dat was een tweepersoonsdekbed in plaats van slaapzakken (ik háát slaapzakken), onze eigen hoofdkussens, en normale pannen, servies en bestek. Ik ga niet wekenlang koken in een slecht campingpannetje met zo’n raar klemhandvat en eten van een plastic bordje. Ik kocht een servies van emaille bij Hema, zoals deze mok (maar ik had ‘m in wit/zwart). Twee borden, twee kleine en twee grote schaaltjes. Als je gaat kamperen, dan wel een beetje in stijl…

Kamperen en koude nachten
We hadden een tweepersoonsluchtbed (extra hoog, ik was ook nog 20 weken zwanger hè, beetje comfort) die we met een elektrische pomp konden opblazen vanuit de auto. Ik wist dat we het ’s nachts koud zouden gaan krijgen, dat is denk ik waar ik me het meest druk over heb gemaakt met Benjamin, dus heb ik geprobeerd ons daar goed op voor te bereiden.

Ik heb eindeloos gegoogled op ervaringen, en vond vooral dat het geen probleem moest zijn met een kind dus dat gaf de doorslag om wel te gaan, maar ik heb door deze ervaring wel een beter beeld van wat nodig is als je gaat kamperen in een land waar het ’s nachts afkoelt. We hebben het eigenlijk elke nacht koud gehad, zeker als het helder was. Overdag hadden we echt heerlijk weer, een aantal dagen zelfs tegen de 30 graden aan, maar het blijft een zeeklimaat en daar koelt het ’s nachts gewoon flink af. Het zal me niet tegenhouden opnieuw te gaan, maar dan weet ik wel beter wat nodig is om het lekker warm te hebben ’s nachts.

Dit is wat ik aan tips heb als je gaat kamperen in een koude omgeving
  • Het belangrijkste: Koop een aluminium zeil voor onder je luchtbed en leeg deze met de aluminiumkant naar de grond toe. Dit zou de kou aan de grond moeten houden. Een dik luchtbed is ook wel echt een aanrader – hoe verder van de grond, hoe beter. Wat nog beter schijnt te werken is een extra deken van pure scheerwol, en die onder je luchtbed leggen.
  • Minstens zo belangrijk: Neem een dikke plaid mee om ónder je hoeslaken te leggen. Het materiaal waar het luchtbed van is gemaakt houdt absoluut geen warmte vast omdat het gevuld is met koude lucht, dus moet je iets hebben wat daar tussenin ligt. Je rug zal anders ijskoud blijven. Ik bedacht me dit pas tijdens de reis, en heb er al die tijd een yogamat tussen gelegd die ik toevallig had meegenomen, maar die gaf niet per se het gewenste effect. Ik denk dat een dikke plaid dus beter is, liefst van wol.
  • Een flanellen pyjama is truttig, maar houdt wel goed warm. (Die had ik niet mee but I wished I did.) Begin met lagen en trek die eventueel later uit als je opgewarmd bent.
  • Voor Benjamin had ik een winterslaapzak meegenomen en hij lag onder een dekbed met een extra deken. In die tijd kroop hij soms nog onder zijn deken uit, dus ik heb ’s nachts regelmatig gecheckt of hij nog wel warm lag. Een muts kan ook helpen om de lichaamstemperatuur vast te houden.
  • Neem kruiken mee die je kunt vullen met heet water en warm je bed daarmee op. Een petfles met heet water kan ook, zolang je maar zeker weet dat er niets lekt.
  • Houd je kleren van overdag niet aan, maar trek schone kleren aan ondanks de kou. Je eventuele zweet van die dag koelt je kleding af, dus is het niet warmer om je outfit aan te houden.
  • Een warming up voor je je bed in gaat kan ook helpen :-).

Itinerary
Ons plan was om van het zuiden van Engeland naar het noorden van Schotland te rijden. Ik ben in mijn jeugd heel vaak in Engeland geweest omdat er nog familie woont, maar verder dan het Lake District en het zuiden van Schotland zijn we nooit gekomen omdat iedereen in die omgeving woont.

Chiddingly, East Sussex Vanuit Dover reden we naar Chiddingly, een boerengat boven Eastbourne in de county East Sussex. Ik vond op internet een boerencamping genaamd Hale Farm (10 pond p.p. per nacht) en dat bleek een schot in de roos. ’s Ochtends mag je mee met de boer om de dieren te voeren en daarna neem je verse eieren en bacon van eigen varkens mee terug naar de tent voor het ontbijt. We kwamen in het vroege seizoen en zo waren we de enige op de camping. Benjamin vond het er waanzinnig en ik vond vooral de zonsopkomst heerlijk om half zes ’s ochtends (dat is ook meteen het enige voordeel aan een kind dat zo vroeg wakker wordt). We waren wel een beetje teleurgesteld dat op de volgende campings wél andere campinggasten op hetzelfde veld stonden. Men raakt snel verwend, blijkt maar weer.

Sussex, en heel zuid Engeland, vind ik één van de leukste delen van Engeland. Misschien wel het allerleukst. Het is er zo charmant, zo lief, mooi, knus, gezellig. De pubs hebben bloemetjesgordijnen, overal zijn local farmers markets, de mensen zijn ongelofelijk vriendelijk, de campings rustig en idyllisch, en de kust heeft al het natuurschoon aan kliffen en vergezichten. Hier komt mijn boerinnenziel tot leven.

Nympsfield, Cotswolds Na Hale Farm zijn we door gereisd naar de Cotswolds, naar een (wat bleek) hipster camping in Nympsfield, Gloucestershire genaamd Thistledown Farm. Net als Hale Farm een absolute aanrader, alhoewel ze compleet verschillend zijn. Thistledown Farm is een populaire camping onder Britten die voor een lang weekend kamperen (dat doet men daar dus) en zo was het op vrijdag tot zondagavond helemaal vol. Vol betekent overigens dat er minstens 20 meter tussen jouw tent en die van de buurman zit, dus rust heb je gewoon nog steeds. Je mag je auto niet meenemen op het terrein, dat is zowel een voordeel als een nadeel. Het voordeel is dat je echt alleen tenten op het terrein hebt, het nadeel is dat je al je spullen met een wheelbarrow naar je plekje moet brengen. Er is een restaurant waar ze taart, vers brood en pizza verkopen, een beetje een hippe koffiezaak dus. Er zijn grote bloemenvelden. Als er ook nog scharrelende kippen waren geweest was het voor mij helemaal perfect geweest. Al met al ontzettend naar ons zin gehad, hele sociale camping met een hele toffe doelgroep!

We hebben op de weg richting Manchester een stop gemaakt bij Blenheim Palace in Oxfordshire. Ik ben er trots op een kostuumdramaliefhebber te zijn (i love everything Jane Austen and BBC) dus wilde graag van die mooie filmlocaties bezoeken. Ik had me alleen even niet gerealiseerd dat Blenheim zo groot is als Versailles én met stip op nummer 1 staat op de attractieparade van Aziatische toeristen. DRUK JONGEN NIET NORMAAL. (We zijn er Benjamin ook even kwijt geraakt in de souvenirshop. Is goed afgelopen. Kreeg daarna z’n tuigje weer om. )

De Cotswolds zijn bekend vanwege de héle oude huisjes in Castle Combe (is wel een beetje de moeite waard, maar het dorpje trekt ook alle toeristen aan), en de bekende Londoners die er hun buitenverblijf hebben (inclusief the queen). Wij vonden het er super mooi, en qua sfeer hetzelfde als Sussex, met misschien net iets hipper volk. En iedereen zegt er love, dear, en darling. Ook wel eens leuk.

Manchester, Peak District De volgende twee nachten logeerden we bij mijn oom en tante in Manchester en bezochten we het Peak District. Een prachtig gebied waar we heel graag meer van hadden gezien. Ik hoef je er geen tips voor te geven behalve dat je gewoon je auto pakt, het national park in rijdt, blijft rijden tot je een leuke tea room of pub tegenkomt, daar eet, en vervolgens weer verder rijdt terwijl je ooh en aah roept. Easy peasy. Manchester hebben we niet bezocht omdat we even niet geïnteresseerd waren in steden. Het regende overigens de volle dag dat we op stap waren, daarom hebben we er niet heel veel foto’s van :-).

In het Peak District heb je uiteraard ook nog Chatsworth House, waar Pride & Prejudice met Keira Knightley gefilmd is. We zijn er even langs gereden, en het werd op dat moment verbouwd, maar zelfs dan zag het er waanzinnig uit. Het enige puntje: we hadden het er even niet voor over te betalen voor de entree. Het was aan het einde van de dag, we hadden een ietwat verbolgen kleuter bij ons, da’s geen goeie combinatie. Dus bekeken we het van de buitenkant en betaalden we 6 pond om te parkeren. Ook goed.

Bassenthwaite, Lake District Onze vierde stop was het Lake District. Daar kwam ik vroeger heel vaak en is dus bekend terrein voor mij. Ik heb vrijwel alle campings van te voren geboekt, maar de camping in dit gebied viel ons heel erg tegen. Het heette Kestrel Lodge in Bassenthwaite. De website liet mooie vergezichten zien vanaf het campingterrein, maar aangekomen bleek dat ze de velden hebben verwisseld waardoor je heel dat uitzicht miste. Het was een hele kleine camping. Veel van de kampeerders waren vaste gasten (denk ik) en hadden een beetje een afstandelijke houding. Eén groep had een paar vrij gevaarlijke honden bij zich en waren daar nogal asociaal over. Benjamin is gék op honden, en maakte elke keer de trek richting hun tent om vervolgens uitgefoeterd te worden. De sfeer was dus een dikke min. We wilden er graag weer weg.

Het Lake District is één van de allerpopulairste gebieden van de UK. Verwacht dus grote drukte in de zomer. De meren zijn echt prachtig, maar je hebt er pas rust als je de gebaande paden afgaat. Wat ons hielp was simpelweg de locals vragen naar zo’n rustige plek. Campingeigenaren weten je vaak wel te vertellen waar een geheim paadje naar een privé strandje leidt bijvoorbeeld. Probeer ook vooral een hike te maken richting een hoger stuk zodat je een goed uitzicht hebt. Absoluut hoogtepunt voor mij was het bezoek aan Levens Hall Gardens in Kendal. Wij houden van tuinen en dit was echt ongelofelijk mooi.

Glencoe, Schotland Next up: Schotland. Daar begon ook meteen het slecht weer ;-). We reden door Loch Lomond and the Trossachs National Park richting Glencoe, en het landschap verandert voortdurend. Waar Engeland van heel lieflijk naar heuvelachtig gaat, is Schotland opeens ruig berglandschap en Glencoe is daarvan het toppunt: een soort maandlandschap met hoge bergen en af en toe een piepklein huisje onder aan die berg. Waanzinnig om te zien, maar ook wel een beetje deprimerend. Ik vind Schotland in het algemeen een beetje deprimerend. Soort triestig mooi, of zo.

In Glencoe had ik nog geen camping geboekt, op veel websites wordt je verteld dat er altijd plek is en het gewoon handiger is om aan te komen rijden. Op zich is dat ook wel handig, want je bent er flexibeler door, maar we eindigden uiteindelijk bij een camping die we niet heel boeiend vonden. De eerste camping met caravans, en dus een oudere doelgroep, en de eerste camping waar je standplek afgetapet is. Netjes in een rijtje naast elkaar dus. Vinden wij een beetje saai, en het stond er nog super vol ook. Maar goed, voordeel was dat we een wasje konden draaien. We bleven er twee nachten, en die twee nachten heeft het bijna continu geregend en hard gewaaid. We hadden wel een magnifiek uitzicht, als je de buren even wegdacht, maar we hebben vooral in onze tent gezeten. Volgens mij heette het Invercoe Caravan Park. Ik had achteraf dus liever op deze camping gestaan bijvoorbeeld.

Omdat het zulk slecht weer was hebben we het uiteindelijk niet gedaan, maar ik had van te voren gelezen over een kabelbaan waarmee je de berg op kunt. Had heel tof geweest bij mooi weer!

Isle of Skye, Schotland Voor veel mensen is Skye echt hét hoogtepunt van Schotland. We keken er daarom ontzettend naar uit, onze verwachtingen waren hooggespannen! Skye is een eiland ter grootte van Ameland (denk ik?). Er ligt een brug, dus je hoeft geen pont te pakken. Er staat een oude ruïne vlak voor de brug, we dachten dat het leuk was daar even te stoppen maar het was er KNIJTERDRUK. Die arme ruïne wordt flink commercieel uitgebuit. Nog een ding: we arriveerden op zondag. Op zondag is bijna alles dicht in Schotland, terwijl in Engeland alles juist open is. In Engeland ga je op zondag voor de sunday roast naar de pub, maar in Schotland kun je nog net een sobere boterham krijgen. Toen we eindelijk een pub vonden die lunch serveerde stapten we een kale zaak binnen waar de Schotten (in kilt, want zondag) aan de bar stonden en ons vijandig aankeken. Gevalletje ‘sorry dat ik besta’. We kregen een bagel met tomaat en bacon voor 5 pond (dat was ook echt létterlijk wat er op zat, een plak tomaat en een plak bacon). Afzetters. Ik had er nog maar bar weinig zin in, dat hele eiland.

Ook hier had ik nog geen camping geboekt, maar wel een paar tips online bekeken van tevoren. Omdat we arriveerden op zondag was het heel druk op het eiland, en waren veel campings ook gewoon vol. Na een paar rondjes eiland kozen we voor Sligachan Campsite vanwege het waanzinnige uitzicht. Het is een camping met echt hele basic voorzieningen, alleen wc en douche en een waterpunt, geen receptie oid. Elke dag komt er een chagrijnig mannetje je contante geld verzamelen (volgens mij 15 pond per nacht). Op deze camping staan heel veel trekkers. Ze komen allemaal vanaf een uur of drie, en zijn ’s ochtends om negen uur weer weg. Als je er langer wil staan kun je dus beter vroeg komen, dan kun je de beste plek kiezen. Wel een sociale camping! Komt ook door Benjamin die bij iedereen de tent inkroop, maar daardoor hebben we wel een avond met een Zwitsers stel gegeten wat heel gezellig was.

Wat niet zo leuk was: we hadden tijdens onze eerste nacht de ergste windstorm die ze in tijden meegemaakt hebben. We dacht oprecht dat onze tent zou scheuren. We hebben urenlang windstoten gehad tot 180 km/u, en hebben liggen bidden dat alles heel zou blijven. Benjamin sliep overal doorheen, natuurlijk.

Het absolute voordeel van deze plek: het uitzicht, en de pub die er naast zit. Nu ik het terug zoek zie ik dat het bij elkaar hoort. Na onze dramatische pub ervaring op de reis er naar toe had ik weinig hoop in de Schotse keuken, maar hier kun je dus echt héél erg lekker eten. Tijdens die windstorm hebben we gelukkig gewoon binnen kunnen eten, zonder die oorverdovende wind om je heen. Je moet sowieso de sticky toffee pudding proberen, dat kun je alleen in het noorden van Engeland en in Schotland krijgen en is echt ongelofelijk lekker.

Met een kind er bij hadden we de mogelijkheid niet om de hoogte in te gaan (en ik was ook nog eens 20 weken zwanger), en dat is wel wat ik gemist heb. Gek genoeg was het na die storm hartstikke heet, we hebben zo’n beetje alle seizoen gezien op dat eiland. Maar als je wel van hiken houdt is Skye een absoluut paradijs.

Dit is het uitzicht vanaf de camping, snap je waarom we er stopten? That’s a retorical question.

Op Skye heb je een paar natuurlijke attracties waar iedereen naar toe gaat. Eén daarvan is the Old Man of Storr, een hele grote rotspartij waar je naartoe kunt klimmen. We hadden gelezen dat het goed te doen is, maar het viel ons tegen. Het was er heel erg druk, en ik hou er niet zo van om met tweeduizend man hetzelfde te bekijken, het was mistig, dus we wisten niet eens of je het wel kon zien, en ik heb problematische knieën en het bleek een flinke klim te zijn. Halverwege zijn we teruggegaan.

Mijn advies is om te Googlen op wat er te zien en te doen is, maar verder ook gewoon van de gebaande paden af te gaan. Als je kunt, ga gewoon wandelen. Alles is mooi, vooral als je de hoogte in gaat. Weet wel dat Skye ook onder Aziatische groepsreizen heel populair is (toen we er naar vroegen vertelde iemand ons dat Skye is uitgeroepen als één van ’s werelds mooiste plekken om te wonen) dus je moet soms even wachten tot er een bus met Japanners weg is. Die maken allemaal dezelfde route, als je er eenmaal achter bent wat die route is kun je de drukte vermijden ;-). Er is trouwens maar één supermarkt en die zit in Portree, een Spar of Coop dacht ik. Erg klein, erg druk rond vijf uur!

Na Skye hebben we nog een hotel geboekt in de buurt van Edinburgh om het lange stuk naar Newcastle te overbruggen, maar dat is verder allemaal niet zo noemenswaardig…

We zijn in totaal 20 nachten weggeweest, waarvan 2 bij familie en 1 in een hotel (plus de 21e nacht op de boot). We reden ongeveer 2700 kilometer, inclusief de reis naar Duinkerke. We hebben zo’n 1.800 euro uitgegeven aan deze complete vakantie, inclusief benzine, eten en uitjes.

That’s about it! Een super lange post, maar wel met alle informatie die ik je kan geven. We kijken er met ongelofelijk veel plezier op terug, en zijn sindsdien ook al weer een keer naar zuid Engeland geweest. Boaz heeft thank goodness ook z’n hartje verloren aan het land, dus nu hoef ik hem niet meer te overtuigen om er naar toe te gaan ;-). Als je meer vragen hebt, stel ze vooral in de comments of op Instagram

Leave a Reply

Your email address will not be published.

%d bloggers liken dit: